Droom

Ik sta op een veldweggetje.
Dat veldweggetje ploegt door het landschap.
Een landschap bestaande uit onmetelijke weien met hier en daar een koe erin die traag herkauwend haar maaltijd van de dag naar binnen speelt.
Ik kan het einde van de weg niet zien, ze strekt uit tot achter de horizon. Dus ik sta daar enkele momenten. Genietend van al dat heerlijke groen. Genietend van die lekkere geur van gras.
Tot ik ergens in mijn ooghoek beweging zie.
Er is beweging op de weg.
Daar ver, ver weg aan de horizon.
Er komt een stipje mijn richting uit.
Wie of wat het is, is moeilijk te zien.
Dus ik wacht.

Dichterbij gekomen zie ik wat beweging veroorzaakt.
Het is een klein meisje in een schattig jurkje, rijdend op een roze fietsje.
Huizenhoog cliché flitst er door mijn hoofd.
Maar daar sta ik dan, vertederd kijkend naar het meisje dat steeds dichter en dichterbij gefietst komt.
Ik zie haar lachen.
Ik zie hoe haar haren, in 2 schattige staartjes, door de zwoele wind worden beroerd.
Wachtend op haar ontwikkeld er zich een glimlach op mijn gezicht.

Ze is genaderd tot op een aantal meter van mij.
Ze ziet er zo vrolijk en onbezorgd uit. Een echt kind.
Als ze nog wat dichter bij mij is gekomen zie ik haar remmen en tot stilstand komen op een paar luttele decimeters van mijn voeten.

Ze kijkt me aan.
Ik kijk haar aan.

Haar mond vormt een lach, maar in haar ogen staat iets anders geschreven.
Een droefnis die dieper lijkt dan de diepste oceaan.
Ik vraag me af hoe dit kleine meisje toch zo droevig kan zijn.
Ik wil het haar vragen.

Maar dan kijkt ze weg.
Ze draait haar ogen weg van mijn gezicht
Ik volg haar blik.
Ze richt haar mooie blauwe ogen naar een koe die een tiental meters van ons verwijderd aan het grazen is.

Dan hoor ik een zacht stemmetje zeggen:
Dit is een droom.
Het gras zal nooit zo groen zijn als nu.
De koeien zullen nooit zo vreedzaam in hun wei staan als hier.
Dit is de perfecte plaats om te sterven.
Omringd door schoonheid. Schoonheid die niet bestaat in de werkelijke wereld. Sterven in een illusie, in een droom is gelukkig sterven.

Ik voel dat ze terug naar mij kijkt en ik zou van verbazing om haar woorden haar willen omhelzen. Maar dan zie ik dat zij een pistool op mij gericht heeft.

Ik zie een enkele traan langs haar wang naar beneden vloeien.
En dan haalt ze de trekker over.
Ik hoor een luide knal.
Ik voel een warmte die mijn ribbenkast vult.
Ik kijk naar mijn borst en daar zie ik een rooie vlek.
Een vlek die steeds groter wordt.

En dan wordt het zwart voor mijn ogen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s