Scheisse Shit

Het is dan toch niks geworden.
Niks gewonnen en niet eens een vermelding gekregen…
Droefnis en frustratie alom dus.

Dus daarom hier de tekst die het niet is geworden…
Ik ben er nog steeds trots op. Zeker gezien de korte tijdsspanne warin ik het heb geschreven…
Fook Kifkif!

Hier Zit ik dan.
Gans alleen.
Het is al na middernacht.
En hier zit ik in het bruisende hart van mijn geboortestad.
Op de koude kasseien.
Met mijn rug tegen de koude muur van een oud herenhuis.
Met zicht op de rivier die één van de levensader is van de stad.
De Stad die 18 jaar lang mij een thuis is geweest.
Nu zou ik er de ganse nacht moeten doorbrengen omdat ik de laatste trein had gemist naar het boerengat dat ik nu thuis noem.

Ik heb al een paar uurtjes in de stad rondgedwaald.
Een paar plekken bezocht die me nog steeds nauw aan het hart liggen.
Plaatsen die verbonden zijn aan gedachten aan gelukkiger tijden.
Plekken gevuld met emoties.
Soms ook met dieptreurige herinneringen.
Het plein waar ik mijn eerste echte kus had gekregen.
De beeldengalerij waar ik mijn eerste nacht op de vlucht had doorgebracht.
Hollend was ik ook de tramhalte gepasseerd waar ik jaren geleden in elkaar ben geslagen door vrienden van mijn vader.
De plaats waar jaren geleden een verlaten school stond en die ik een paar weken had bewoond nadat ik thuis was buiten gesmeten.

Het is nu al bijna 4 jaar geleden dat ik deze stad heb verlaten.
Ergens noodgedwongen,maar merendeels omdat ik zo ver mogelijk van mijn vader weg wou zijn.
Maar ergens voelt ze nog steeds een beetjes aan als mijn stad.
Het is raar.
Na bijna 4 jaar noem ik soms nog het huis, dat ik toen bewoonde, thuis.
Ik heb er 18 jaar van mijn leven in doorgebracht,maar nu durf ik zelf niet meer in de wijk te komen waar ik toen woonde.
Zelfs vanavond heb ik rechtsomkeer gemaakt op mijn weg daar naartoe.
Het is niet dat ik niet wil wandelen langs de straten waar ik als kleine uk speelde, maar de schrik zit er teveel in.
Schrik dat ik mijn vader zou tegenkomen.
Angst dat ik wonderbaarlijk weer in mijn vorige leven gekatapulteerd wordt.
Vrees om teveel slechte herinneringen op te halen.

Eigenlijk is het bijna beangstigend hoe die emoties mijn doen en laten jaren na datum nog steeds bepalen.
Ik heb nochtans ook vele goede en leuke herinneringen aan het opgroeien in die wijk.
Toch alleszins tot ergens de puberteit toesloeg en mijn ganse gevoelswereld veranderde.
Ik ga zeker niet zeggen dat het opgroeien in die wijk een pretje was.
Opgroeien als een kindje van een Turkse vader en een Vlaamse moeder, die bovendien nog eens gescheiden waren was niet al te simpel in een wijk die overbevolkt was met de traditionele Turkse gezinnen.
De wijk had nog net niet de naam van een probleemwijk te zijn.
Nog net niet, want er waren ergere wijken.
Hoe geruststellend toch.

Mijn vader had het niet echt voor de kinderen van de andere Turkse families.
Hij vond hen straatkinderen die nooit wat zouden voorstellen.
Ik was namelijk voorbestemd voor grotere dingen.
Ik ging een dokter worden.
Of een advocaat.
Ik moest en zou de trots worden van mijn vader en hem aanzien geven bij onze familie die nog steeds in Turkije woonde.
Was hij even fout.
Door mijn vader zijn hoge verwachtingen werd ik dan ook afgezonderd van de gehele Turkse gemeenschap in de stad en wijk.
Ik mocht alleen met Belgische kindjes omgaan en werd dan ook naar een blanke school gestuurd.
En dan nog een Katholiek College.
Ik heb het eerste decennium van mijn leven doorgebracht als een eenzaat.
Ik ging naar school, kwam terug thuis, deed mijn huiswerk en ging slapen.
Mijn sociale leven was onbestaande op school en momenten waar we naar de speeltuin gingen na.
Op school werd ik meestal bezien als een allochtoon en men liet me dan ook vaak links liggen. En op het speelplein werd ik dan bezien als de blanke, waardoor daar ook normaal contact met de kindjes niet voor me in het verschiet lag.
Nergens voelde ik me begrepen en overal lag wel een oordeel over mij klaar.
Was het dan niet te begrijpen dat ik me volledig terugtrok bij mijn vader?
Hij begreep mij en samen konden we wegdromen van de grote toekomst die me opwachtte.

Toen voelde de stad wel aan als een thuis, maar de mensen die de stad bewoonden voelden niet aan als thuisgenoten. Alleen mijn echte huis kon ik toen echt thuis noemen.

Later veranderde dit alles gelukkig.
Ik werd ouder, ging inmiddels al naar de Middelbare school, ging ook steeds vaker naar de speelpleinwerking in de wijk en maakte op iets dat leek op vriendschapsbanden.
Ik werd nog steeds door sommigen bekeken als uitschot, als iets wat niet hier en daar niet thuishoort. Maar dat liet ik toen nog niet aan mijn hart komen want ik had toch vriendjes om mee te spelen.
Mijn vader liet dit alles argwanend toe, maar hij liet niet af om mijn studies als eerste prioriteit te bezien.
Het toekomstbeeld moest ten alle tijden behouden blijven. En dat bleef het ogenschijnlijk ook.

Maar toen sloeg de puberteit toe.
En ik werd verliefd.
Normaal toch?
Bij mij dus niet.
Ik werd namelijk verliefd op een jongen.
Ik wist in eerste instantie niet wat me overkwam en wist alleen dat dit als niet- normaal wordt bezien in de 2 gemeenschappen die ik bewoonde.
Mijn emotionele lijdensweg was begonnen.
Mijn eerste reactie was dat niemand dit ooit mocht te weten komen en ik pretendeerde dan ook 2 jaar lang dat ik verliefd was op een meisje uit mijn klas.
Dit werkte wonderbaarlijk want niemand had iets door en ik kon in stilte en eenzaamheid mijn emoties ondergaan.
Niemand heeft in die jaren ooit iets doorgehad. Dat meisje denkt waarschijnlijk nog steeds dat ik smoorverliefd was op haar.
Maar die mallemolen van emoties hadden wel een negatief effect op mijn resultaten op school.
Voor het eerst kon ik er mijn hoofd niet bijhouden en voldeed ik niet aan de verwachtingen van mijn vader.
Ik kon er toen ook geen verklaring voor geven waarom ik het opeens zo slecht deed op school en voor het eerst zag ik teleurstelling in de ogen van mijn vader.
Die jaren was de stad mijn thuis.
Ik dwaalde door de straten om toch ergens gemoedsrust te vinden.
Want thuis wachtte mij teleurstelling en elders moest ik mijn ware gevoelens ook verborgen houden.

Ik hield dit schijnbeeld een aantal jaren behouden, maar na een tijdje schreeuwde elk vezeltje in mijn lijf dat ik dit niet langer kon volhouden.
Ik moest doen alsof ik verliefd was op dat schoolvriendinnetje om zo als normaal aanzien te worden, maar tegelijkertijd was ik ook tot over mijn oren verliefd op een jongen uit mijn klas.
Een puberale verliefdheid die mijn ganse bestaan meerdere maanden in zijn ban had.
Toen dat vriendje midden in het jaar van school veranderde ontstond er bij mij een ommekeer.
Ik begreep opeens niet meer waarom ik al die jaren mijn ware gevoelens had verborgen gehouden.
Ik wou het toen uitschreeuwen dat ik niet normaal was, maar nog steeds bang voor de reacties hield ik mijn mond. In plaats van het over pleinen en daken te schreeuwen trok ik me meer en meer terug in mezelf.

Ik werd een nog ergere eenzaat dan een paar jaren eerder. Ik had toen nog een vader die voor me klaarstond, maar nu was ik die ook al bijna kwijt.
Ik kon gewoon niet aan zijn verwachtingen voldoen. Ik zat met mezelf in de knoop. Ik kon me gewoonweg niet concentreren op mijn schoolwerk.
Dus gooide ik zowel mijn glorierijke toekomst weg als de band met mijn vader.
In de ogen van mijn vader werd ik steeds meer en meer een mislukkeling.
Hij schiep dan ook een afstand, hij leek zelfs de hoop verloren.
Het hoeft eigenlijk niet gezegd te worden dat dit alles natuurlijk gepaard ging met hoogoplopende ruzies.

En tijdens één van die ruzies kon ik mijn mond niet houden.
Ik spuwde het bijna uit dat ik verliefd werd op jongens. Ik wierp erachter na dat ik vertrok en dat hij mij niet moest achterna komen omdat ik in zijn ogen toch nooit goed zal kunnen doen.
Ik vertrok dus met slaande deuren. En ik had niet gedacht dat mijn vader me achterna ging komen.
Daar ging ik in de fout want hij kwam me wel degelijk achterna. Dit wel nadat er verschillende instanties waren bijgekomen.
Mijn vader praatte mij in korte tijd om om terug naar huis te komen.
Hij bezwoer me dat dit niet onoverkomelijk hoefde te zijn en dat ik nog steeds zijn zoon was en ten allen tijde ook zou blijven.
Was ik toch zo fout om hem te geloven zeker?

Ik keerde dus terug naar huis.
Maar sinds dat moment zou dat huis nooit meer een thuis worden.
We hadden nog maar een stap binnen gezet en ik kon al voelen dat alles nu veranderd was.
Sindsdien heeft mijn vader nooit meer een woord gewisseld met mij, afgezien om praktische dingen te regelen.
Hij negeerde mij totaliter, maar hield me thuis zodat hij nog steeds de schijn kon ophouden dat hij niet had gefaald als liefhebbende vader.
Van toen ging het met mij van kwaad naar erger.
Ik maakte de foute vrienden die op allerlei manieren misbruik maakten van mijn onschuldige jeugd.
Het gaf mij geen reet niet meer hoe het met mijn schoolresultaten gesteld was.
Het uitgangsleven lonkte en zo begon ik op minderjarige leeftijd een reis die mij zou brengen tot alles wat donker en vies gezien zou kunnen worden.

Ik kan zeggen dat ik me toen volledig heb uitgeleefd op alle vlakken die als een zonde bestempeld zou kunnen worden.
Want zonden, daar ben ik van overtuigd, heb ik begaan.

Het was natuurlijk wel treffend.
Ik was een jonge halfbloed en ik viel op jongens.
Voor de blanken was ik nu niet alleen een vuile Turk, maar ook nog eens een vuil jannet.
Dan voor de Turken was ik niet alleen een bastaard, maar ook nog eens een verwesterde homo.
Treffend.

Nergens kon ik nu nog thuis noemen.
Behalve de stad.

De stad heeft mij toen met al haar liefde opgenomen als een zoon.
Mijn hart liep over van liefde voor mijn stad.
De stad die mij troostte als ik droevig was omdat ik nu eenmaal buiten alle te categoriseren hokjes val.
De stad die mij liefhebbend omhelsde als ik beschonken terug naar huis keerde , midden in de nacht, na een poging alles te vergeten.
De stad die altijd mijn paden uitstippelde en die mij behoede voor wegen met scherpe stenen als ik mij weeral eens bergaf op de paden der liefde.
De Stad die mij nooit heeft teleurgesteld en mij altijd liefdevol heeft behandeld.
Ze was mijn moeder en mijn thuis.
Allesomvattend.

Maar toch ben ik op de dag dat ik officieel meerderjarig werd de stad ontvlucht.
Ik ben er zo ver mogelijk vandaan gaan wonen.
De andere kant van het land.
En waardoor kwam dit?

De jaren die voorafgingen aan mijn meerderjarigheid waren troebel en soms onoverzichtelijk.
Op alle vlakken.
De situatie was bijna onhoudbaar.
De relatie met mijn vader werd van dag tot dag vijandiger.
En een paar weken voor mijn 18de verjaardag kwam dit tot een uitbarsting.
Mijn vader uitte alle afkeer die hij de afgelopen jaren voor mij gevoeld had op een aantal minuten tijd. Na zijn kwetsende woordenstroom voegde hij er nog aan toe dat hij graag zou hebben dat ik de dag van mijn minderjarigheid het huis zou verlaten Dit was natuurlijk een grote slag in mijn gezicht.
Ik voelde mij verloren.
Beschadigd.
Zonder thuis.

Ik wist op dat moment geen blijf met mijn emoties.
Totaal verlaten door mijn vader.
Er was ook niemand van mijn zogezegd vrienden die mij toen in die tijden van nood wou of kon helpen.
Het voelde aan als verraad
Ik kon toen aan niks anders denken dan de stad te verlaten die mij zo hard had gekwetst.

Dus ik vertrok.
Met de paar stukken fysieke bagage, maar met een emotionele bagage die toen groter aanvoelde dan het leven.
Ik dacht dat een volledige nieuwe start mij goed zou doen.
Was ik nog maar even fout.

Ik kon mijn verleden niet achterlaten.
Ik had afscheid genomen van mijn geboortestad, maar het viel me zwaar.
De stad waar ik 18 jaren had doorgebracht en bewoond maakte nog steeds een deel uit van mijn leven.
Hoe hard ik ook probeerde mijn geboortestad uit mijn hart te snijden, het lukte maar niet.
Ik voelde me niet meer een allochtoon, een autochtoon of een homo. Maar ik voelde me een mens die afgesneden werd van zijn wortels
Ontheemd

Na al die jaren is het er niet beter op geworden.
Maar toch komen er steeds meer positievere herinneringen naar boven.
En daar probeer ik aan vast te houden.
Want de stad is zoveel meer geweest dan alleen teleurstellingen.

Advertisements

One response to “Scheisse Shit

  1. Ik zie je daar zó zitten… Eerlijke tekst ook, knap!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s